Pokken

Pokken

De officiële naam van pokken is pokkendifterie; bij kippen wordt namelijk door het virus én pokken én difterie (een bepaalde keelontsteking) veroorzaakt.

Lees meer
  • Gratis verzending boven € 69 NL, BE, DE. voorwaarden zie verzendkosten
  • Veilig betalen
  • Achteraf betalen
  • 360 graden
Pokken De officiële naam van pokken is pokkendifterie; bij kippen wordt namelijk door het virus én pokken én difterie (een bepaalde keelontsteking) veroorzaakt. Bij duiven zien we meestal alleen pokken; wanneer een duif lijdende is aan pokken treedt er dikwijls ook trichomoniasis op, en deze slijmvliesontsteking is geen gevolg van pokken. Bij duiven zou het dan ook beter zijn om alleen van pokken te spreken.
 
Veroorzaker
De veroorzaker van pokken is een virus. Er bestaan verschillende soorten pokkenvirussen; zo kent men o.a. een kippen-, kanarie- en duivenpokken virus. Een duif is wel gevoelig voor het kippenpokken virus doch niet voor het kanariepokken virus.
 
Ziekteverschijnselen
Als eerste verschijnselen zien we (meestal) een kleine verhevenheid van het ooglid; na enkele dagen groeit dit uit tot een luciferkop grote pok. Pokken kunnen op elk onbevederd gedeelte van de huid voorkomen, maar merkwaardiger wijze zien we die pokken meestal op de oogleden; later kunnen er ook niet alleen pokken rondom de ogen, langs de bekranden en zelfs in de bek voorkomen, maar ook op de neusdoppen. Een enkele keer zien we ze ook op de poten. Het aantal en de grootte van de pokken kan zo groot worden dat de ogen geheel bedekt worden; ook kan de bek zo vol zitten dat er geen voedselpassage meer kan plaatsvinden; in beide gevallen zullen de duiven moeten sterven door gebrek aan voedsel en/of water.
 
Besmetting
Het pokken virus wordt overgebracht door de duiven onderling. De duiven vechten met elkaar, maken daarbij kleine wondjes waarin dat het virus de kans krijgt zich te ontwikkelen. Daarom zullen de grootste vechtersbazen het makkelijkst geïnfecteerd (besmet) worden; daarom klaagt men ook dikwijls dat de beste duiven zo gauw besmet zijn.
Maar niet alleen kunnen de duiven elkaar besmetten maar ook gebeurt dat de besmetting door parasieten zoals muggen, die kleine wondjes maken. het is daarom ook niet verwonderlijk dat in die tijd van veel muggen deze ziekte uitbreekt. De muggen dragen het virus bij zich zonder dat zij er zelf last van hebben. Wanneer er dan bovendien één besmette duif in de reismand zit, zal deze alle andere kunnen besmetten. De overnachtvluchten op het einde van de zomer geven daar goede voorbeelden van.
Behandeling
Wanneer een duif ernstig lijdende is aan pokken kan men de uitpuilende pokken afsnijden, men mag echter nooit tot in de huid snijden, maar alleen het er bovenuitstekende deel wegnemen; wat er blijft zitten kan men penselen met jodiumtinctuur. Wanneer men zorgt dat de duif kan blijven eten en drinken sterft de duif niet; met andere woorden de duif sterft niet aan de infectie van het pokken virus, doch alleen omdat hij zich niet kan voeden. Wanneer we maar zorgen dat de duif voedsel blijft opnemen, zal hij niet streven. De pokken zullen na enige tijd indrogen en afvallen en er blijft slechts een klein litteken over.
 
Voorkomen
Wanneer een duif lijdende is geweest aan pokken en hij is ongevoelig geworden voor dit virus; met andere woorden het virus kan de duif niet meer ziek maken. Tegen pokken kan geënt worden. Er wordt dan verzwakt (niet meer ziekmakend) pokkenvirus in de huid gebracht en de duif maakt dan zelf de afweerstoffen. Op de plaats van enting (de huid op de voorkant van het dijbeen) zullen na enkele dagen kostjes ontstaan terwijl de huid zich verdikt. Na 10 á 12 dagen ziet de huid er weer normaal uit en zullen de veertjes normaal uitgroeien. De tijdsduur dat de duiven ongevoelig blijven (de immuniteitsduur) zal enkele jaren zijn, hoewel er wel eens een enkele duif geweest is die door de besmetting een kleine pok kreeg, een jaar na de enting.
Omdat muggen overbrengers van pokken zijn, dient men te zorgen dat deze insecten niet in het hok kunnen komen.
Pas geënte duiven mag men de eerste 10 dagen het enten niet bij de niet geënte duiven zetten, daar er anders de mogelijkheid bestaat dat deze pas geënte duiven de niet geënte duiven besmetten.